HONDENSCHOOL

HERLEVING GERAARDSBERGEN

(KKUSH n958)

 
ALGEMENE INFO
 

Opvoedingstips

Reglement

 

 

 

 

De hond is een roedeldier en hij zal zijn gezin als zijn roedel beschouwen. Van nature heeft de hond de drang om baas te worden van zijn roedel. Voor de hond moet het duidelijk zijn wat zijn plaats is binnen deze roedel. De hond staat helemaal onderaan in deze rangorde en dat moet duidelijk zijn voor hem/haar. De basis echter van een goede opvoeding is de beloning (koekjes, balletje, spelletjes, lieve woordjes, ...). Daarom is het uiterst belangrijk dat hij altijd geprezen moet worden, als hij iets goed doet. Ookal duurde dit soms langer dan u gehoopt had.
Het is goed te weten dat de nieuwsgierigheid en het plezier om zaken aan te leren alle honden van nature meekrijgen, ongeacht het ras. Het is echter aan ons, als baasje, om voor de noodzakelijke prikkels te zorgen om dit leerproces op gang te brengen. De leerprocessen die de hond doorloopt bestaat uit 4 fasen.

 

  • De Inprentingsfase

  • De 4de tot de 7de week.

    De zintuigen van het pupje zijn geheel ontwikkeld en ze kunnen langzaam waarnemen via neus, oren en ogen.In deze inprentingsfase wordt het leren vooral bepaald door geprogrammeerde leerbegaafdheden die sterk aan deze periode zijn gebonden en het geleerde voor het leven vastleggen; dit proces noemen we inprenting. Deze inprenting bepaalt ook de toekomstige verhouding van de hond tot de mens. Bij falen zijn deze inprentingen buiten deze fase niet meer bij te sturen. Als de kweker de pups tijdens deze fase dagelijks zijn handen laat besnuffelen en met de hondjes speelt, zullen ze opgroeien tot honden die graag contact hebben met mensen. Hierbij moet hij steeds rustig optreden, anders worden zijn pups angstbijters. Pups die in deze periode door verschillende personen worden benaderd en gestreeld, zullen in de socialiseringsfase minder problemen hebben en zullen deze pups de mens inprenten als een soortgenoot. Korte momenten zijn voldoende om ervaringen op te doen, de pups hebben immers ook veel rust nodig.

  • De Socialiseringsfase

  • De 8ste tot de 12de week

    Ondertussen hebben de pups zich meer van hun nest durven verwijderen en zijn ze heel wat zelfstandiger geworden. Ze hebben zelfstandig leren eten en vechten onder elkaar voor de beste hapjes. Hierbij zien we opstaande haren en horen we ze grommen met ontblote tanden. Deze strijd om voedsel heeft een belangrijke sociale functie omdat de pups zo leren opkomen voor hun rechten en reageren ze een heleboel agressie af. Door deze schijngevechten leren de pups dicht naast elkaar te eten en ervaren ze dat afgunst zinloos is. Op deze wijze bekomt men honden die goede contacten hebben met hun soortgenoten. Een jong dat nooit geleerd heeft gezamenlijk te eten, zal altijd afgunst blijven tonen bij het eten.
    De pups beginnen nu meer en meer gevechtsspelletjes te doen, waarbij ze technische bewegingen oefenen alsook de verschillende uitdrukkingsvormen leren om zich verstaanbaar te maken. Hierbij zijn er steeds winnaars en verliezers, maar de rollen worden regelmatig verwisseld. De sociale rem op agressief gedrag zal tijdens deze gevechtsspelletjes instinctmatig, maar ook door ervaring, steeds groeien. In de socialiseringsfase kan je starten, natuurlijk ook al spelend, met het geven van commando's: volgen aan de lijn, netjes zitten, voet, liggen, op de plaats blijven, enz. ... Altijd blijft de regel gelden dat de baas zoals zijn hond moet denken om gepast te kunnen optreden bij het opvoeden van je hond. Volgend voorbeeld is hiervan een goede illustratie:
    Als je hond tegen je opspringt, dan is dit voor jou ongewenst gedrag, terwijl je hond alleen maar contact zoekt met zijn baas. Springt je hond dus ongewenst tegen je op en jij duwt hem van je af dan zal je hond dit ervaren als gewenst contact met zijn baas ipv een straf. Beter in dit geval is gewoon stokstijf te blijven staan en je hond volledig te negeren, zo geef je hem aan dat het contact niet gewenst was. Uit het voorafgaande merk je dus wel het belang van de socialiseringsfase voor de opvoeding van je hond. Alhoewel, in tegenstelling tot de inprentingsfase, de tekortkomingen in deze periode nog met veel geduld en inzet later nog kunnen bijgestuurd worden, geldt ook hier het gezegde; "BETER VOORKOMEN DAN GENEZEN".

  • De Rangordefase

  • De 13de tot de 16de week

    Genegenheid en liefde in de opvoeding zijn niet voldoende, ook de rangorde speelt een belangrijke rol. Net zoals bij een horde wolven is het de roedelleider, de baas van de hond, die voor het levensonderhoud zorgt en die de taakverdeling voor zijn hond vastlegt. Deze rangorde mag je dan wel niet in de menselijke zin zien. Sterren en strepen zoals in het leger en de daaraan verbonden kadaverdiscipline kennen honden niet.
    De rangorde voor een hond heeft logische redenen en is gebaseerd op wederzijdse waardering, afhankelijkheid en een gevoel van veiligheid bij zijn baas. Je imponeert je hond niet met officiersgedrag, geschreeuw of getier of zelfs lichamelijk geweld. Je hond let steeds op je zelfbewustzijn, je leiderskwaliteiten, je begrip voor zijn lichaamstaal maar vooral op je steeds consequent handelen. In deze rangordefase komt aan het licht of je hond al dan niet dominant is en sterk of minder sterk agressief gedrag ontwikkelt. Bij het bepalen van deze rangorde telt niet alleen de lichamelijke sterkte. Bij een hond die sterk op "leren" is ingesteld speelt intelligentie ook een belangrijke rol. Een slimme pup zal meer voedsel en het beste weten te veroveren, waardoor dat hondje ook sterker zal worden. Bij een sociaal levend roedeldier telt kracht wel mee, maar ook de ouderdom en aangeboren dominantie spelen een rol. Rangorde is meer een zaak van psychisch overwicht dan van lichamelijke sterkte. Daar de pup psychisch nog niet volledig ontwikkeld is als we ons hondje bij de kweker gaan halen, moet je als baas ook hieraan voldoende aandacht besteden.
    Als je pup je erkent als baas, als een autoriteit, geeft je hondje dat de zekerheid en het vertrouwen voor zijn hele bestaan en zal het zich aanpassen aan de door jou gevestigde rangorde. In deze levensfase dien je echt zo veel mogelijk met je hondje te spelen, net zoals zijn ouders zouden doen. Hierbij is het belangrijk dat je dadelijk een ander spel begint als je hond het goed heeft gedaan. Als je toch nog het spel zou opdringen,zou je pup onzeker kunnen worden, omdat het denkt dat het niet goed was. Dit geldt vooral voor de gehoorzaamheidsoefeningen die we in deze rangordefase dagelijks kunnen doen, echter niet langer dan 15 minuten. Commando's als "zit, voet, liggen, ..." kan je hondje al goed begrijpen, maar het mag niet vervelend worden en in geen geval mag je hond bang worden van deze oefeningen. Het moet voor hem een spel blijven en hij mag zich niet verstoppen als je met hem wil oefenen.
    Later als je hond alles kan en er vreugde aan beleeft, als je vriendschap zo is gegroeid dat je hond met plezier al je wensen uitvoert, dan pas wordt het iets helemaal anders. In deze rangordefase moet je trachten te bekomen dat je hond zich zonder bruut geweld wil onderwerpen. Zo zal je hond je erkennen als een autoriteit die hem de garantie geeft dat je een bekwame en ervaren roedelleider bent waar hij zich veilig bij voelt.

  • De Roedelordefase

  • De 5de maand tot de 6de maand

    In deze fase vinden we twee belangrijke factoren:
    - Ten eerste ben jij nu de baas en vervang je zijn ouders, want jij bent het die je hond hem zijn eten en drinken bezorgt, jij speelt met hem en gaat met hem wandelen, "op jacht".
    - Ten tweede blijf jij voor je hond levenslang zijn baas waarmee hij samen alles zal doen.
    Een hond die in een gezin opgroeit moet bij de opvoeding niet alleen erkennen dat zijn baas de roedelleider is, maar ook dat hij de laagste in rang is binnen het gezin. Zo niet, zal hij geen bevelen willen aanvaarden van de andere gezinsleden. Als baas moet je bevelen geven en eisen dat deze ook worden opgevolgd. Dit geldt ook voor de andere gezinsleden.
    Als je hond geen bevel uitvoert van bv. je zoon dan zal jij dat bevel moeten ondersteunen. Zo ervaart de hond dat hij blijkbaar toch lager in rang is dan de zoon. Natuurlijk zullen alle gezinsleden even consequent en op dezelfde wijze als jij tegenover de hond moeten optreden.
    Je hond bevindt zich nog steeds in een uitgesproken leerstadium dat je moet aangrijpen omdat anders de psychische structuur van je hond zal verarmen. Net in deze fase heeft je hond jou nodig als roedelleider. De jonge hond verwacht dat zijn baas een voorbeeld is, een ervaren superieure leider en zeker geen tiran. Wanneer je door je hond niet erkend wordt als de roedelleider, zullen daar zeker opvoedingsproblemen van komen. Vanaf het ogenblik dat je hond het zo aanvoelt, zal hij er op gebrand zijn om zelf de leiding over te nemen. Steeds meer zal je hond de commando's negeren om je uit te dagen. Op een dag zal je volwassen hond op zeer geraffineerde wijze de baas geworden zijn en zal hij als een huistiran optreden.
    Voor een hond moet er altijd een leider zijn, dat werd vanaf de geboorte zo ingeprent, en mocht jij falen in het leidinggeven, dan zal je hond met veel plezier deze taak overnemen. De basis van zo'n ongewenst gedrag wordt voornamelijk gelegd in deze roedelfase. Het is je dus aangeraden om steeds zeer consequent te blijven in je omgang met je hond.

    Tot daar dit epistel over de opvoeding en wij hopen dat je er toch wat van kon opsteken. Wij wensen jou en je (toekomstige) hond een lange periode met goede verstandhouding samen!!


Veel Succes Ermee!!!

 


 

Copyright 2012 - HERLEVING GERAARDSBERGEN - . All Rights Reserved.

FrontPage Website Templates